Column: Lange Adem

Over onze dirigent niets dan goeds, laat ik nog duidelijker zijn… Hij is echt heel sympathiek, kundig is zijn vak, verbindend, vernieuwend en met enige regelmaat ook verassend. Een teamspeler die zichzelf niet boven de rest verheft en daardoor stiekem wel de onbetwiste leider is en kan zijn. Met deze en nog zoveel andere eigenschappen lijkt het 25-jarig jubileum dan ook smooth en moeiteloos voorbijgegleden.
 
In menig fanfareorkest is er toch wel eens in de zoveel jaar een botsing met de muzikaal leider, of een affaire tussen de dirigent en een onweerstaanbaar sexy lid, die een eventuele midlifecrisis zonder moeite in alle hevigheid weet bloot te leggen. Of een ongenuanceerde escalatie met het bestuur… of onenigheid binnen het instructieteam waarbij verschillen niet overbrugbaar meer zijn. Dat er gewoon koppen moeten rollen, maakt niet uit van wie, als ze maar rollen. Dat kan de boel soms ook zo lekker even opschudden, patronen doorbreken en ontwikkeling bevorderen. Maar bij crescendo gebeurd zulks niet. En voor een club die zo dikwijls over de wereld reist, hotels in en uit checkt, is dat bijna verbazend te noemen. ‘Maar een dirigent gaat natuurlijk ook nooit mee met optredens en al zeker niet naar al die meerdaagse buitenlandse optredens’…toch?
 
‘Nou…in dit geval…in dit speciale geval…of beter gezegd…met dit speciale geval.. ligt dat net een klein tikkie anders’… ‘dus!’ 
 
Niet alleen heeft hij een goede neus, of beter gezegd, goede oren voor muziek, nee onze dirigent heeft zich ook bijzonder goed ontwikkeld in het uitkienen van optredens die ‘zijn’ aanwezigheid heel goed kunnen gebruiken. Soms is zijn aanwezigheid zelfs heel erg gewenst. Tegenwoordig wordt hij zelfs al ver van te voren gevraagd om mee te gaan. Zelfs zonder taak is het toch een aanwinst of verrijking, al was het alleen maar om zijn altijd en immer innemende of lovende kritiek. En laten we eerlijk zijn, lang niet elk optreden is helemaal perfect, doch zal er altijd een positief en opbouwende feedback op ons worden losgelaten, met de zijn welbekende rustgevende stem. Nooit met stem verhef…nee, altijd is er die vriendelijkheid.
Is er dan helemaal niets op aan te merken? ‘Nou, eh…nee’
echt niet één klein dingetje? ’nee…ook niet een klein dingetje’.
’Nou vooruit! Één heel klein dingetje dan’…
 
Tweede show Bergen!
Omdat de dirigent toch maar even mee was gevlogen naar Noorwegen, wilde hij echt ook even verdienstelijk en geheel logisch, de gala show nog wat perfectioneren. Nogmaals, vanuit zijn functie en rol, volledig terecht. Na een spectaculaire opening met snelle fietsfiguren en potpourri van heavy metal en klassieke fortissimo muziek belanden we allemaal achter de adem aan bij het volgende fantastisch gearrangeerde nummer:"Danny Boy". En ik bedoel niet een beetje achter de adem…nee echt dat je bijna moet hoesten... of dat je bijna dubbelklapt…dat je echt even kapot zit…zoals tijdens het sporten... dat je even met je handen op de knieën wilt herstellen en uithijgen.
 
Het is een moment dat voor iedereen bekend staat als het ‘diep ademhalen’ moment (bij optredens hebben we inmiddels de maître wel zover dat die het applaus helemaal uit laat sterven…zodat we een beetje tijd hebben). Maar bij deze ochtend repetitie is dat applaus natuurlijk een ontbrekende factor en gaan we direct verder. En dan… dan is er ‘de’ aanwijzing van de dirigent. Die in een serene werkkamer, lange tijd daarvoor, zo prachtig heeft zitten arrangeren, een muziekstuk wat je met je ogen dicht wilt luisteren in een theaterzaal van een grote schouwburg. Vooral het begin…hij moet geïnspireerd zijn geweest door een prachtig elektronisch toetsinstrument. Dat je eindeloos kan aanslaan en de lage fundamentele bastonen oneindig kan laten duren, zolang je maar blijft intoetsen…’En nu terug naar het buitenademdubbelklap moment’…hartslag volledig op hol evenals de ademfrequentie. De dirigent wacht geen seconde en zegt: “Ik wil een mooi zacht begin van de bassen en nog belangrijker…geen onderbrekingen! En al helemaal geen adempauze!!! Het moet één lange noot blijven en mooi zacht gespeeld”. Het gaat hier om acht maten van vier tellen…dus tweeëndertig tellen in totaal. En één maat duurt gevoelsmatig al een kwart minuut… Vijf bassisten op dat moment met de rug naar het front. Niemand ziet hoe ze eraan toe zijn, niemand die dus in kan grijpen, niemand die zegt dat dit niet meer verantwoord is.
 
Vijf asgrauwe baskoppen in diepe ademnood, die de zo gewaardeerde dirigent niet tegen zich in het harnas willen jagen, netjes en beheerst blijven ze de grondtoon van het zorgvuldig gearrangeerde stuk produceren. ‘alles voor de kunst’ en vlak voor het grandioso en draaimoment vangt één bassist nog net de bemoedigende lieve blik van een meelevende snaredrummer… de andere vier zijn bijna in een hallucinerende status…en dan eindelijk mogen ze draaien en valt het hele orkest bij. En daar staat ie…vooraan…zijn geliefde club met liefde gebaren te dirigeren…zich totaal van geen kwaad bewust…Bijna geroerd om tussen de Noorse fjorden bergen, zijn mooie arrangement te horen zoals hij het echt had bedoeld!
 
Het was echt maar een heel klein dingetje…We hebben een fantastische dirigent verder!

 

Crescendo in Bergen (Noorwegen)